Categorie archief: Columns

Column: Mainstream kaasrap: (heel) soms best aardig

Oude, echte  90’s Nederhop in de vorm van Extince of Def P en zijn Osdorp Posse die in die tijd niet grijs wordt gedraaid op de radio heb ik altijd kunnen waarderen. Met de latere mainstream Nederhop, de  kaasrap die later juist wel op de radio te horen valt, heb ik tot op de dag van vandaag bizar weinig. Zo vind ik in de periode rond 2004, de muziek in de hoek van van Lange Frans en Baas B of Ali B helemaal prut.

Vinexwijk-rappers

Blijft een mening dat grotendeels de tijd doorstaat. Je wordt soms milder.  Als ik bijvoorbeeld ter vergelijking luister naar wat hedendaags in de hitlijsten aan ‘rap’ staat, dan is die vorige generatie Vinexwijk-rappers weer best een verademing.  Zelfs de Moordgasten.  En dat is toch wel maat, want  dat duo vond ik in die tijd vreselijk irritant.  Wellicht nooit een echte kans gegeven.

Zo hebben ze ooit nog een cd uitgebracht, maar er is door mij nooit naar geluisterd.  Dat ik er toch een mening over weet te formuleren,  is dan ook  simpelweg gebaseerd op hun medewerking op het (best aardige) een-twee-drietje ‘Je moet je bek houwe’ tussen funkband Gotcha! , rapper Krimson(Deams) en Nederhopper van het eerste uur, Pascal ‘Def P.’ Griffioen.

‘Legologie is de kunst van je bek houden’

Die laatste als grondlegger binnen de Nederhop. En dit nummer bewijst dat er rond 2003/2004  ook kwalitatief betere  Nederlandstalige rapnummers zijn uitgekomen die, ok dan,  wel wat meer mainstream, kaasrap zijn geweest.  Naast ‘Wie is ut’ van Duvel Duvel als klassieker van het album ‘Aap-o-theek’  is dat zeker ook het al genoemde ‘Je moet je bek houwe’  Ook deze plaat wordt helemaal grijsgedraaid op The Box.  Met de terugkomende zin ‘Legologie is de kunst van je bek houden’ , linkt de plaat aan die toen al duizenden meningen in met name fora over (elkaars) muziek.

Geluk bij ongeluk

Doe ik hier ook. Omdat dit altijd zo zal blijven. Het twisten over muziek verhuist een paar jaar na deze plaat naar de sociale media. En als er over iets wordt gepraat is dat ook publiciteit. Net als free publicity.  Dat krijgt deze deze plaat trouwens ook, ondanks gebrek aan FB, Twitter of wat dan ook. Gewoon nog via de papieren media.

Volgens het eerste videoplan zal Def P. met een grote Chevrolet door de Amsterdamse binnenstad rijden, maar tijdens de eerste opnamen gaat het fout. Hij komt in aanraking met een andere auto die daar geparkeerd staat. Schade tussen de 1600 en 2000 euro.Def P. besluit van een nood een deugd te maken en organiseert ‘De Grote Bek Houwe Autoschade Benefiet’ in Tivoli Utrecht.

Blijf twisten

Volgens programma treden Def P, Gotcha! en de Moordgasten met wat verrassingen op.Het helpt de plaat niet erg, ondanks wat airplay strandt de plaat in de tipparade. Toch jammer. Tegenwoordig kun je met veel minder veel verder komen. Andere standaarden, andere tijdsgeest. Toch is een ding hetzelfde gebleven, over kwaliteit van muziek kun je blijven twisten.

Advertenties

Column: Comfortzone has no boundaries

Mensen vragen wel eens, ‘jij bent so into muziek, zing jij zelf wel eens?’ Dan antwoord ik dat die periode al achter mij ligt.  Ja, ik was jaren geleden een fervent karaoke-zanger en ik was best goed. Nee, mijn show er om heen eigenlijk, maar dat maakt niet uit. Show is de strik om het pakketje en legendarisch is mijn optreden in Mexico in 2009.

Kijk, zingen voor een publiek heeft alles met comfort te maken. Als de sfeer goed is en een deel van het publiek al bekend is met je zangkunsten, dan kan iedereen zingen in het openbaar.  Maar ik vind wel een voorwaarde dat je de tekst een beetje kent.  Die les leerde ik al vroeg. Op de lagere school eigenlijk.

Gewauwel en niet bestaande woorden

Daar ontstond als grap een soort soundmixshow.  Elke vrijdagmorgen, voor de middagpauze en als een soort opstap naar het weekend, zingen in die tijd drie klasgenoten met een nummer mee. De rest van de klas stemt door de beste performer 3 punten te geven en de minst goede performance 1 punt. Ik probeer het wekenlang uit te stellen, maar ook ik ben aan de beurt.

Met een cassettebandje waarop ook dat nummer van Rick Astley staat, ga ik die vrijdag naar school. Maar voorbereiding is alles en mijn optreden ontaard in een soort gewauwel waar ik ter plekke ook nog eens woorden toevoeg aan de Engelse taal. Creatief, dat zeker,  maar veel klasgenoten vonden ‘die ander nét iets beter’ . Wel complimenten voor mijn show erom heen.

Quilty pleasure

Podiumangst heb ik nooit gehad.  Later geef ik beroepsmatig  presentaties en trainingen voor een groot publiek en dat is een klein opstapje naar karaoke. Vertaald lijkt het heel wat (‘leeg orkest’) maar ik blijf het ook daarmee jarenlang een infantiel, maar stiekem leuk tijdverdrijf vinden. Met één hoofdregel, ken je tekst. Ook al wordt het met grote letters voor je neus geprojecteerd.

Optreden in Mexico

karaoke-in-mexicoAls ik jaren later in cafe ‘Teguila’ in Mexico de kans krijg om de spotlights  te betreden, weeg ik het snel af. Op een deel van mijn reisgroep na, kent niemand mij hier. Geweldig, nu nog een heel makkelijk nummer. Heel veel Abba blabla… ah, ‘Born to be alive’ van Patrick Hernandez is ideaal. Dit wordt  mijn show.

Met voorkennis van de plaat, doe ik strak de zelf verzonnen pasjes, ondertussen zing ik stug door. Of ik in de microfoon wel goed te verstaan ben op dat moment blijft ook achteraf een raadsel. Feit blijft wel dat de Mexicanen als een soort achtergrondkoor meezingen en mijn reisgroep meedeint. Ik gooi er in tegenstelling tot Patrick in de 70’s nog een leuk dansje tegenaan en over het optreden wordt nog steeds over nagepraat.

Dus neem van mij aan:  verstand op nul, dansen like nobody’s watching en jezelf niet zo serieus nemen,  dan kent een comfortzone geen grenzen.

1280x720-yei

Column: Verdwalen bestaat niet

Het is 2003. Over het Griekse terras van restaurant Platanos op Kos galmt voor de zoveelste keer Notis Sfakianakis. Hoewel laatste tijd schijnbaar wat minder populair bij een deel van de Griekse bevolking en collega’s vanwege zijn politieke voorkeur, is hij voor mij  zowel nu als meer dan tien jaar geleden gewoon een onverstaanbare, Griekse Marco Borsato die best leuke liedjes maakt. 

Zijn muziek heb ik het best kunnen waarderen aan het strand van Kos  met in de verte de Turkse kust onder een belachelijk mooie sterrenhemel, maar thuis in de cd-speler is hij ook best aan te horen. Nog steeds. Een plaat springt er nog steeds boven uit, ‘Χάνομαι’. Dat betekent vrij vertaald:  ‘Ik ben verdwaald ‘.  Hoewel deze laatste zin   heel erg mooi rijmt, klopt deze niet. Je kunt helemaal niet verdwalen op Kos, want alles leidt naar de Akti Kountourotue met in het midden een rotonde, het dolfijnenpleintje.

Vanuit daar vind je alles. Ook die ene cd. Dat ik de man en de plaat met naam en toenaam weet te noemen,  heeft zijn oorsprong vlak bij de boom van Hippocrates. Daar schrijft een serveerster de artiest en titel op een papiertje.  Vertrouwend dat de naam van de man en het voor mij onuitspreekbare ‘Χάνομαι’ , gekrabbeld op dat dat briefje staat, is het de bedoeling de cd thuis maar eens op te zoeken op het toen al uitgebreide internet.

Nee, die plaat moet ik hebben, right now, pronto.  Met een talent om overal een platenzaak te vinden, loop ik de volgende dag richting oude centrum (bij het dolfijnenpleintje linksaf)  en kom ik tot mijn verrassing op het feesteiland  het kleine platenzaakje Ti Amo tegen. Het is echt zo’n platenzaakje dat je nog zelden ziet. Rijen cd-rekken met nog meer cd’s, overal posters van artiesten die binnenkort optreden of een nieuwe cd gaan uitbrengen en op de balie bij de kassa staan twee koptelefoons voor de mensen die nog niet zeker zijn over hun mogelijke aankoop.

En die weten wel in welke richting ze moeten zoeken. In mijn geval, besluit ik maar bij de N van Notos te beginnen. De eigenaar kijkt vertwijfeld als hij die Nederlander ziet binnenkomen. ‘Ik zoek Notis’, . ‘…Swakjanakis’ , zeg ik in mijn beste Grieks. Ik houd mijn briefje gereed, maar de eigenaar heeft letterlijk aan twee woorden genoeg en veert op. Hij loopt vlug vanachter zijn balie naar een grote cd-bak. Hij haalt een doek weg en daar glimmen tientallen cd’s van de man. De eigenaar kijkt even vluchtig op het briefje en grijpt binnen recordtijd een cd uit de bak. Raki, nee raak, meteen de juiste cd.

Met grote verbazing over het recordtempo waarin  ik de juiste cd heb gevonden in een verstopt platenzaakje op zo’n vakantie/feesteiland wordt snel vervangen door zakelijkheid.  Want 20 euro voor een cd is geen probleem, maar voor iets dat een zekere onderzetter gaat worden over zeer korte tijd, na het wegebben van het vakantiegevoel, is het wel prijzig. Een andere Griek die er ook bij staat, verstaat geen Nederlands, maar begrijpt mijn dilemma. Hij pakt de cd, loopt naar een achterkamertje en wijst naar het alternatief. Na het risico zoveel mogelijk afgedekt te hebben, door betaling na levering bijvoorbeeld, loop ik de volgende dag met een gebrande cd de winkel uit. En dat voor 8 euro, inclusief kopietje van de omslag.

Met een cd rijker, lees ik de achterkant van het hoesje. Daar staat echt ”Χάνομαι” tussen, maar ik ben verre van verdwaald. Bestaat niet, alles is op Kos te vinden via het dolfijnenpleintje dat al in de verte reikt.

vastleggen-in-volledig-scherm-5-2-2017-203156

Zwart-wit video heeft net meer klasse

Mijn hele leven ben ik al gek op zwart-wit videoclips.  Het geeft een extra dimensie aan platen,  zorgt voor een aparte sfeer en lijkt de muziek kracht bij te zetten. Verklaring voor dat laatste kan zijn dat kleur juist lijkt af te leiden.  En ook niet onbelangrijk,  de clips vallen marketingtechnisch op tussen de meerderheid aan video’s die wel in kleur worden vertoond.

Nobody’s wife

Het verschil wordt bijvoorbeeld goed uitgedrukt met de twee clipversies van Anouk’s ‘Nobody’s wife’. De zwart-wit versie betekent haar doorbraak en is de reden dat Anouk een contract in Amerika tekent. De clip is rauw, simpel en met een lege setting. Maar in Amerika moet de plaat worden aangepast aan de muziekstijl van de muziekstations.

En dat geldt ook voor de clip. De Amerikanen willen liever een clip in kleur, met meer actie en waar de setting (een eiland) een belangrijke rol speelt. Betrokkenen als Tony Berk en  manager Edwin Jansen zijn het erover eens dat de (goedkopere) zwart-versie de personality van Anouk versterkt en eigenlijk beter is.  Niet alleen less, maar ook zwart-wit is more.

One

Dat is zeker bij de ‘One’ -versie van U2/Mary Blidge, naar mijn mening een van de beste zwart-wit muziekvideo’s.  Regisseur Paul Hunter gebruikt het zwart-wit effect heel goed, door extra te focussen op details die hierdoor nog sterker naar voren komen. Het is inmiddels al de vierde versie van de clip. Een van drie originele video’s komt op naam van Anton Corbijn en opmerkelijk is die van hem juist in kleur, gezien hij een groot liefhebber van zwart-wit clips is.

Nog meer effect

Paul Hunter laat kleur wel weg en voegt zo net dat beetje extra aan de plaat toe. Letterlijk, want de plaat wordt op 17 februari  opgenomen in een oud, Mexicaans theater. Voor het effect wordt er met een rookmachine gewerkt in de zaal. Dat effect werkt zo goed, dat de band en Mary niets meer zien. Het wordt uiteindelijk de plaat die volgens velen een van die zeldzame covers is die het origineel heeft overtroffen. Met de clip in zwart-wit als die spreekwoordelijke kers.

vastleggen-in-volledig-scherm-9-1-2017-001601

Oude column: Wegwerp-populariteit

Waar zijn Britt,  Herman en  Ruud eigenlijk gebleven?  Ondanks alleen een voornaam, weet half Nederland nu al wie ik bedoel. Mensen met alleen een voornaam die de media beheersen, het is de tijdsgeest van de nieuwe eeuw. Alleen de voornaam als personal branding is eind vorige eeuw een echte trend geworden, want de achternaam kost alleen maar tijd. Tegen de tijd dat iedereen deze kent, ben je al verdwenen van het toneel.

Wegwerp-populariteit kun je het noemen. Dit woord bestaat niet, maar het had niet misstaan in de Van Dale. Het is een fenomeen dat iemand razendsnel lanceert en nog sneller laat verdwijnen. Dat woord zelf is een blijvertje. Terwijl het gros van de deelnemers al weer is vergeten, kan ik het nog steeds gebruiken. Onder het zicht van camera’s en wapperende contracten wordt de winnaar op een presenteerblaadje naar de top gestuwd. En daarna? Daarna is het voorbij en is elke volgende poging zinloos. Niet interessant meer.

‘Is dit alles?’ zong Doe Maar ooit. Ja, meer is het niet. Net als het kunstje van de deelnemers zelf.  Eén oneliner, één auditie, één hit. Meer is er niet nodig.  Ben je net niet dat Idool, die Popstar of heb je de X-factor niet? Geen probleem, bij een ander programma kun jij the winner zijn. Het gaat erom hoe je het brengt. Je krijgt daarna jouw minuut of fame . Geen vijf minuten meer, omdat er na jou weer een klompendanser of iemand met een gek dansje aan de beurt is. Terend op dat ene succesje loop je daarna de feesttenten en dorpsfeesten af, tot je daar ook wordt uitgekotst.

Goed, eendagsvliegen zijn van alle tijden, die zijn er ook de vorige eeuw geweest. Alleen zit hier het verschil dat iedereen dat succes nog kent. Een keer in de zoveel tijd, werd een ster gelanceerd omdat er minder media was. Deze acts zijn nu cult en tijdens optredens op braderieën herken je ze snel weer terug. Nu is het eenheidsworst en elke dag, elke week is er wel een nieuw fenomeen. Vanzelfsprekend hebben al die winnaars van programma’s vast wel een achternaam. Net als de winnares van ‘Your Big break’ eind jaren 90′, Judith. Wie? Precies, en die achternaam hebben ze allemaal.

Oude column: Help, mijn man pikt het niet meer!

Weer een oude, satirische column, ooit geschreven voor andere doeleinden. Met deze keer een schets van al die hulpprogramma’s, nu weer actueel.

Mijn buurman was een fervent blogger, net als ik. Sinds een paar maanden blogt hij niet meer. Hij is het zat. Dat komt door John en zijn cameraploeg. Een half jaar geleden staan zij bij hem op de stoep. Verbaasd doet hij open en het blijkt dat mijn buurvrouw hem heeft opgegeven voor “Help, mijn man is een prutser, danst niet, luistert niet,  maar heeft wel alle tijd voor een hobby!”

Of zoiets.

Deze lopende klaagmuur durft dat alleen maar te vertellen als ze dat met heel Nederland kan delen. Dat is best wel opmerkelijk, gezien het feit dat ze normaal gesproken als enige aan het woord is en mijn buurman alleen maar ‘ja’ en ‘amen’ in zijn vocabulaire heeft. Het wordt een emotionele happening, wat wellicht ook de bedoeling is van de cameraploeg.

Met de camera ingezoomd op mijn verbouwereerde buurman, komt in de keuken het hoge woord er viermaal uit. Niet omdat mijn buurman doof is, integendeel, maar de take moet elke keer opnieuw. John is pas tevreden als mijn buurvrouw het uitschreeuwt en er tegelijk bij huilt. Achter de camera staan de gezinspsycholoog,  de dansleraar en de ingehuurde aannemer al klaar en op het sein van John komen ze daarna spontaan de keuken in lopen.

Wat volgt is een week waarin mijn buurman 24 uur per dag met een camera wordt gevolgd, gedrild en geïrriteerd door John. Elke avond na mijn werk moet ik eerst een hele weg afleggen door kabels, snoeren, cameramensen om mijn deur te bereiken. Daar aangekomen moet ik elke keer vriendelijk aan John vragen of hij even opzij wil stappen, heel irritant. Mijn buurman ziet er ondertussen met de dag steeds vermoeider uit en ik krijg steeds meer medelijden met die man.

Na een aantal dagen  gebeurt er echter wat opmerkelijks. Ik zit in de woonkamer van mijn buren en aanschouw het drama.  Mijn buurman oefent wat danspasjes terwijl hij een muurtje metselt en tegelijkertijd zit te kwartetten met zijn kinderen. Plots komt John de kamer binnenlopen en legt zijn hand op de schouder van mijn buurman. “He Joop, buddy, alles goed? Mooi, er is wat mis gegaan met de opnamen. Ik ben bang dat we alles opnieuw moeten filmen.”

Het is geen verzoek maar een mededeling en John gaat daarna mijn buurvrouw weer ophalen voor de beginscene in de keuken.  Zover komt hij niet, hij wordt opgeschrikt door een laagvliegende baksteen die hem net niet raakt en door het raam vliegt. Mijn buurman gaat helemaal uit zijn dak. ‘Opzouten’  schreeuwt hij en  duwt vervolgens John en zijn cameraploeg de deur uit. Daarna zijn vrouw. Vervolgens smijt hij de deur dicht. Even haalt hij diep adem en loopt naar buiten. Daar staan de cameraploeg en zijn vrouw beduusd in de tuin. De buurman blijft voor hen staan en er volgt een tirade van ongeveer een half uur.

Samen met de rest van de buren bekijk ik dit tafereel met verbazing. Ik geloof mijn ogen niet. Eindelijk iemand die wat durft te zeggen over dit soort waardeloze emo-shows voor de kijkcijfers. Later vertelde mijn buurman me dat John hem een dag later had gebeld. “Ah, excuses aangeboden?’, vraag ik.  Nee, hij wilde  de opnamen van de avond ervoor voor een nieuw concept gebruiken, iets van  ‘Help, mijn man pikt het niet meer!’  John, helemaal enthousiast, schijnt daarna het concept helemaal verder te hebben voorgeschoteld.Voor zijn eigen bloeddruk heeft mijn buurman midden in het verhaal beheerst de verbinding verbroken, net als inmiddels ook zijn huwelijk trouwens.

Column: Met je grijze massa stoppen zwart-wit te denken

Zwarte Piet wordt door zijn tegenstanders vaak vergeleken met de beruchte ‘blackface’, een oude, Amerikaanse theatervorm waar blanken zich zwart schminken. Hoewel het de Afro-Amerikaanse cultuur in de vorige eeuw veel populariteit bezorgt,  krijgt het ook snel vele tegenstanders. Het verdwijnt langzaam als verschijning omdat het, net als Zwarte Piet, gezien wordt als racistisch. Ook in  de muziekwereld.

Joni Mitchell

Zo heeft bijvoorbeeld de Nederlander Taco Ockerse dat mogen ondervinden. Maar Joni Mitchell is veertig jaar geleden verantwoordelijk voor een van de meest controversiële blackfaces in de muziekwereld, als zij verkleed als zwarte man op een halloweenfeest verschijnt.  Haar inspiratie is een vriendelijke en swingende, zwarte man, die ze eerder op straat is tegengekomen. Ze besluit daarna deze outfit te kiezen als een ode aan de Afro-Amerikaanse cultuur. Wat is daar mis mee?

Zwarte piet

Als je juist sterke, positieve punten benadrukt en het positief brengt, waarom zou het dan racistisch zijn?  Dat kun je ook terugkoppelen naar de discussie over Zwarte Piet. Hoewel beide kampen een punt hebben,  slagen de tegenstanders  erin om in een rap tempo Zwarte Piet te veranderen. Dat moet pronto, meteen, direct.  Maar zonder dat die tegenstanders het wellicht doorhebben,  gebeurt dat  echter al jaren.

Niet snel genoeg

Geleidelijk. Daardoor ziet men het niet. Kijk eens voor de lol dertig jaar terug. In mijn kinderjaren is het nog de  dommige boeman met oorringen, vuurrode lippen, een accent en een roe. Daar vallen best vraagtekens bij te zetten, zoals Gerda Havertong in Sesamstraat dat doet eind 80’s. In de jaren daarna verandert stukje bij beetje het uiterlijk en de rol zelf.

Hedendaags is het gewoon een vriendelijk, hulpvaardig, toegankelijk, normaal sprekend persoon, heeft het een voorbeeldfunctie. Positieve kwaliteiten waarover niemand beledigd kan zijn, ook al associeert men het uiterlijk met ras. Het fictieve figuur wordt met deze geleidelijke verandering langzamerhand de middenweg waar iedereen vrede mee zou moeten hebben. Daarna moeten we eens stoppen met deze eindeloze discussie. Ok, nog één punt…

Zwart-wit denken

Want wellicht heerst er ook  een tikkeltje overgevoeligheid bij de critici. Als we het omdraaien, wanneer was alweer er een grote demonstratie vanwege de stereotype grappen van comedians als Richard Pryor of  films als ‘White chicks’ waarin de Waylon broers zich wit schminken en zich voordoen als blanke vrouwen?  Nou? Inderdaad, omdat men zich er niet door beledigd voelt. Iedereen, welk ras dan ook,  heeft  een grijze massa waarmee men meer kan dan alleen puur zwart-wit te denken. Daarin zijn we gelijk, denk grijs.

Ontbijten met Gaston

Zo nu en dan is er ook plaats voor een oude (hier niet gepubliceerde) column. Zo schreef ik er ooit een over agressieve marketing: Ontbijten met Gaston.

Een paar jaar geleden beland ik in mijn grootste nachtmerrie. Er wordt op de slaapkamerdeur geklopt, maar dat is alleen maar voor de show. Gaston van die loterij is al binnen. Stampvoetend loopt hij door de slaapkamer, zwaait de gordijnen open en draait zich naar me toe. ‘Goeoeooedemorgen!  Hebben we lekker geslapen?  Ja?  Nee?  Mooi.’  En weg is ie. Een bak water is er niets bij. Met mijn humeur op min tien, baan ik mij een weg door alle loterijdozen en andere prut naar beneden.

En daar is ie al weer. In de keuken. Waar ik bepaald niet tegen kan, zijn vrolijke mensen aan het ontbijt, dus die Gaston aan het aanrecht heeft best een probleem. Maar ik laat het niet merken, zo ben ik dan. Zeer geïrriteerd maar ook zwijgzaam,  neem ik plaats op de keukenstoel. Gaston is ondertussen, in zijn rode jas van die loterij en meezingend met de radio, bezig de cheques te sorteren.

Plots draait Gaston zich om. ‘Zo!  Die is wakker!  Wil je een eitje?’- ‘Nee, Gaston. ‘Zeg, heb jij zin in een eitje?” – Nee, Gaston. Het is tegen dovemansoren. Hij wijst naar mijn richting.  ‘Jij wilt vast een eitje?’ – Ach, doe maar, wat jij wilt. Het is net die loterij. Net zo lang blijven doordrammen tot je uiteindelijk murw gebeukt alles accepteert. Roerend in een kop koffie en een zachtgekookt eitje houdt het niet op. Een cameraman, een lichtman, een geluidsman en ene Caroline komen binnenlopen. Ik zie het al aankomen en ik wil net de handen op mijn oren doen, maar het is al te laat. Gaston is me voor. Goeoeoedemor….!’

Oh gelukkig, het is de wekker.  Badend in het zweet kijk ik verschrikt om me heen. Het is stil. Gauw loop ik naar de woonkamer, ik passeer de lege postkratten, die een week geleden nog vol zaten. Opgelucht constateer ik dat Gaston niet aanwezig is. En er staat geen postronde meer op het programma. Vandaag niet meer. Ik hoor me het nog zo zeggen: ’Je hebt nog iets van me tegoed, die postrondjes kan ik van de week wel een keer voor je doen. Even een paar dingen rondbrengen, beetje passen en meten, en het kan gecombineerd worden met zoiets als mijn baan. Maak je niet druk, die paar postrondjes, dat doe ik wel even voor je.’

Nooit. Meer. Aan die simpele postrondjes leken geen einde aan te komen. En niet dat ik langzaam ben, integendeel, maar omdat ik ook de extra dikke, exclusieve agenda van die loterij, een ‘kom op, doe toch mee’ brief voor niet-deelnemers aan die loterij, een ‘kijk, de buren hebben wel wat gewonnen’ doosje mét inhoud van die loterij en nog eens een ‘Ach, waarom doe je niet mee?’ brief van die loterij voor niet-abonnees moest rondbrengen. Elk op een andere dag. Elk geadresseerd aan 200 huishoudens. En dat met de afbeelding van die Gaston. Mijn eigen Freddie Krueger.