Categorie archief: 80’s

Alle berichten over de jaren ’80

Overleven alles: Survivor

Survivor heeft achteraf niet ‘The moment of truth’ met de gelijknamige soundtrack uit Karate Kid 1 (1984) . Nee, de echte krachtmeting tussen muziek en film, een confrontatie tussen rock en Rocky, vindt al twee jaar eerder met ‘Eye of the tiger’ uit Rocky 3 plaats. En Survivor stapt hiermee als winnaar uit de ring, de plaat wordt een klassieker op soundtrack-gebied.

Juiste toon, nu de juiste scene

Met name voor boegbeeld Jimi Jamison. Ondanks dat het nummer wordt (in)gezongen door Dave Bickler. In een interview voor Classic bands, legt drummer Marc Droubay uit dat de zoektocht naar de juiste toon de meeste tijd in beslag neemt.  Sylvester Stallone geeft na het opnemen van de film wel een voorzetje: ‘Another one bites the dust’ van Queen, maar dat wordt een hele rechtenkwestie.

Via vriend Tony Scotti, de directeur van Survivor’s platenmaatschappij, legt hij dit voor aan Jim Petrik en Frankie Sullivan van Survivor. Zij vragen Sylvester de hele film op te sturen. Tijdens het intensief bestuderen van de film,  blijven ze bij één specifieke scene hangen. Het is de scene waarin door Apollo wordt gesteld dat Rocky  ‘het oog van de tijger’ heeft verloren. Bingo, dat is het startpunt.

Dolph Lundgeren

Het startpunt naar een enorm succes. Rocky 3 wordt de grote doorbraak voor de band, maar ook van voormalig bodyguard Mr T, die trouwens van Stallone op dieet moet. Dit succes vraagt om een opvolger. Survivor is inmiddels de huisband, maar met Mr. T’s carrière gelanceerd in The A Team, moet er een andere tegenstander komen. Enter acteur Dolph Lundgren, op dat moment net gecast voor Rambo 1.

Dolph solliciteert rechtstreeks aan Stallone voor Rocky 4,  als hij eerder voor deel drie is afgewezen. Stallone, onder de indruk,  maakt hem  Mr T.’s opvolger als de Rus Drago.  Lundgren, vechtsport-kampioen en groot fan van de Rocky franchise, neemt de opdracht van Stallone om realistisch te zijn in de ring, heel serieus. Stallone belandt na een enorme klap van Dolph,  met hartproblemen in het ziekenhuis.

Soundtrack vs. soundtrack

Ondanks hierdoor een toepasselijke titel, komt Survivor alleen door de film geïnspireerd, met  ‘Burning heart’ als opvolger van ‘Eye of the tiger’.  Persoonlijk vind ik deze clash tussen Rocky en Drago  beter, maar commercieel was zowel film als soundtrack  minder succesvol. Meerderheid beslist.  Goed, het was meer ingetogen, en het lag wellicht aan het thema Koude Oorlog. Zeitgeist dus, wat meer tijdsgebonden. Maar hierdoor komt de plaat in de schaduw van zijn grote voorganger te staan.

Jimi Jamison

Bij Survivor is het met Dave Bickler net andersom. Als eerdere zanger wordt  hij door ex-Cobra zanger Jimi overvleugeld. Net als de band zelf door andere bands.  Toch overleeft Survivor de muziekwereld tot op heden, met een paar jaar terug zelfs met beide zangers  in de gelederen. Geheel in lijn van zijn band, maakt Jimi in de 90’s solo uitstapjes met veelal soundtracks. Hij wordt qua soundtracks een echte Bill Medley met bijvoorbeeld de ‘Baywatch’ titelsong ‘I always here’. Titel klopt trouwens helemaal.  Jimi Jamison overleed in 2014, maar leeft muzikaal voort door een hele rits soundtracks.

Advertenties

Ronddwalen op de set van Empire of the sun

Afgelopen jaar heb ik een tour gemaakt door het oosten van China en dan kan je eigenlijk niet om Shanghai heen.  Leuke stad, een beetje het New York van Azië. Ronddwalen, verdwalen, alles kan in deze op dat moment zeer regenachtige stad. Wat doe je als  Nederlander dan als je in de snelste commerciële trein met een snelheid van 431 km per uur door Shanghai hebt geraasd en al op het een na hoogste gebouw ter wereld hebt gestaan? Dan ga je even schuilen in het wereldberoemde en beruchte Fairmont  Peace Hotel.

img_20160915_135017Als een van de mooiste hotels van Shanghai, heeft het een lange en rijke historie. Het was ooit het hoofdkwartier van de ‘Gang of four’ en  Noel Coward schreef hier zijn ‘Private lives’.  De beroemde jazzband speelt pas vanavond, het is nog niet druk. Het hotel heeft tig keer als filmlocatie gefungeerd en als je door de hoofdgang loopt, staat er een lange galerij van filmposters aan beide kanten. Allemaal resultaten van opnames op deze plek.

Zo ook voor ‘Empire of the sun’ van Steven Spielberg. Een scene uit de film is opgenomen op het dakterras. Even wachten tot een hotelgast met een kaart de lift bedient en dan met een enorme snelheid naar boven. Zo snel dat verdieping vier wordt overgeslagen. Goed, dat heeft meer te maken dat vier een ongeluksgetal is in China en het zelfs niet wordt vermeld als liftknop. Ondertussen filosoferend of de vierde verdieping dan wel bestaat als je met de trap gaat, ben je voordat je het weet al op het eindpunt.

De liftdeuren gaan open en ik bevind mij plots op een bruiloft. De gasten, het bruidspaar kijken mij verbaasd aan. Zo ook de cameraploeg. Enkele seconden later beginnen de meesten te lachen. Ik ook, als twist in een onbekende Chinese film. Daarna kun je het beste weer de lift in lopen. Dus mocht je ooit een Nederlander in een vage Chinese (bruiloft)film tegenkomen, dan weet je aan wie je een handtekening kan vragen.

Joy en Big fun: Inner city

In de muziekwereld worden personen vaak met elkaar verwisseld. Ann Saunderson las bijvoorbeeld voor de zoveelste keer in een bio dat ze onder de naam Ruth Joy  de zangeres van Krush was geweest. Wist ze niets van. Joy? Ze heeft in die tijd juist Big Fun met Inner City.

Dubbel Joy

Had Ann wat gemist?  Even kijken, Krush bestond uit onder anderen uit Marc Gamble en Mark Brydon(later Moloko) achter de schermen en zangeres Ruth Joy op de voorgrond. Ah,  dat is geheel iemand anders,  maar ook Ann moet toegeven dat de beide dames qua artiestennaam wel wat op elkaar lijken.

Want terwijl het Britse Krush ( en met name ‘House Arrest’) een 80’s vaandeldrager in de Europese house wordt,  is Ann vele kilometers verder te vinden, in Detroit’s housescene, onder haar toenmalige (artiesten)naam Karen Joy. Enkele jaren geleden is dit nog een keer uitgelegd en definitief weerlegd door Ann.  Opgelost.

London, Detroit, Paris

Enige overeenkomst tussen de twee dames is dus de housescene, het verschil zit hem al  in standplaats Londen en Detroit. Via deze brug komen we meteen een van de beste housetracks tegen,  de klassieker ‘Big Fun van Inner City. Dat is het project van Ann’s toenmalige man Kevin Saunderson, een van de housepioneers in Detroit.

En van Paris Grey, de zangeres die het boegbeeld wordt op de grootste hits van dit project. Ann blijft net als Arthur Forest en James Pennington bij dit project wel op de achtergrond, maar heeft een belangrijk aandeel in het schrijven van de latere nummers, zoals ‘Pennies from heaven’.

Winterslaap

De grootste hit, ‘Big fun’ wordt echter door Paris geschreven op weg naar haar eerste ontmoeting met Kevin. ‘Big fun’ maakte daarna snel impact in 1988, maar de plaat galmt nog ver in de 90’s na. Het wordt een basis voor heel veel  en nog meer. Ook van de groep zelf, zoals ‘Good life’ Samen met voorganger ‘Big fun’ is het een inspiratie voor de succesvolle opkomst van de techno begin 90’s en andere stromingen. Ruth Joy en Krush zijn ondertussen dan allang verdwenen, zij worden een aantekening in  muziekhistorie.

Dat lijkt Inner City ook te worden, wellicht ten opzichte van van Krush meer een stuk onderstreepte tekst. De act  begint in 1995 aan een lange winterslaap als Paris zich gaat richten op haar gezin, maar ontwaakt in 2011 met Ann (nu ook) als zangeres. Dat resulteert in de toepasselijke single ‘Future’ maar het nieuwe, (officieel Kevin Saunderson feat.) Inner City genoemd, houdt het in 2012 bij de basis. Niet alleen qua sound, maar ook met de terugkomst van Paris. En zo is de hele Inner City familie dus helemaal terug. Waarom? Omdat het nog steeds the good life, joy en big fun is.

Ten City: That’s the way house is

Heel vroeger had je die bandjes van ‘Turn up the bass’ en op het allereerste deel steekt een nummer met kop en schouders boven de rest uit, namelijk Ten City met ‘That’s the way love is’. De plaat moet je terug in 1989 met een loep in de hitlijsten zoeken, want een grote hit wordt het niet.

Samengeperste radioversie

Wellicht dat het ligt aan de radioversie die met wat strings begint en vrijwel meteen tot de kern komt. Dat is wel mooi, maar de dan nog relatief jonge muziekvorm house is  dan ook al meer geschikt om het publiek urenlang op de dansvloer te laten dansen. Deze versie komt in die tijd bij mij over als een samengeperste versie, hapklare drie minuten zodat hij in in een uur radio past.

De tracks van Ten City en soortgelijke acts zijn wellicht in die tijd nog niet geschikt voor de radio, het succes zit hem bij Ten City vooral in de clubs. De groep bestaat in de 80’s naast boegbeeld Byron Stingly,  oorspronkelijk ook uit Herb Lawson,  Byron Burke en bekende house producer Marshall Jefferson. Tot begin jaren 90 dan, daarna valt de act door gebrek aan succes uit elkaar.

‘That’s the way love  is’  zou dan ook al lang door mij vergeten zijn, als ik dat Turn up the bass’ bandje nooit had gekocht eind 80’s.  Daar staat  namelijk de ‘Deep house/extended’  remix van het nummer op, door Steve ‘Silk’Hurley. Dat is toen al een rasechte  pioneer in de house.  Het meesterwerkje van Steve staat nog steeds bekend onder deze naam, al spreekt hij zelf niet graag van deephouse.  Hij gelooft namelijk niet zo in subgenres en wellicht toont het nummer van Ten City dat het beste aan. Hij verbouwt het nummer zo, dat hele volksstammen met het nummer weglopen. Nog steeds.

Steve’Silk’Hurley laat zien horen hoe het moet

De remix van Steve kent twee briljante momenten. Allereerst is er die geweldige opbouw dat laat horen hoe je snelheid aan een track voegt. Snel achter elkaar wordt er een element toegevoegd en voor je het weet is de plaat binnen een minuut op volle snelheid.

Daarna worden de vocalen er geraffineerd ingevoegd en wordt het nummer vocaal steeds verder uitgewerkt, allemaal als opstap naar het absolute hoogtepunt van het nummer op iets over de vier minuten: de vocale uithaal met het fenomenale stemgeluid van Byron. Daarna wordt het nummer langzaam weer afgebouwd en ben je zes minuten verder.

Uit het boekje

Zie hier een Acid House track uit het boekje, in een woord waanzinnig. Hedendaags is Ten City een project van Byron alleen en staat hij doordeweeks voor de klas. Het nummer staat op zijn beurt het in het rijtje met ‘The party’ van Kraze, ‘Can you party’ van Royal House en Stakker Humanoid  van Humanoid. Of was die laatste nou andersom? Ach, als je na bijna dertig  jaar nog steeds wordt gerekend tot de absolute houseklassiekers, dan maakt dat laatste niet uit.

Diesel: Samantha wordt maar niet oud

Vorige week besprak ik met een van mijn oud-reisgenoten de mogelijkheid om weer terug te gaan naar China.  Nog steeds enthousiast over de vorige keer, zijn we tijdens de korte conversatie het volkomen eens dat de recente reis te kort en in een te klein gebied is geweest .

Tijdloze Samantha

Of we terug gaan naar China, zal  pas laat in het jaar worden beslist. Maar al snel komt ‘Going back to China van Diesel in me op.  Grappig genoeg een hit in Japan trouwens. Hoe dan ook, deze band ken ik vooral van een van de leukste platen uit de 80’s, namelijk ‘Samantha’ , een plaat dat in 1988 een vrij anoniem bestaan heeft in de top 40. Zal best, de plaat verhuist bij mij met de tijd mee van vinylsingle, cassettebandje, cd naar nu mp3. Samantha lijkt niet ouder te worden.

Pim Koopman

Ken ik dan een Samantha? Nee, dat niet zo, het is gewoon een lekkere meezinger.Niet meer dan dat.  In de 80’s heb ik dan ook geen idee dat de band al een brede historie heeft met producer en drummer Pim Koopman (ex- Kayak) en zanger-gitarist Rob Vunderink als oprichters. Zo weet ik ook niet dat de band, bestaand uit oorspronkelijke studiomuzikanten voor onder anderen Maywood, kort na de oprichting dicht bij een Amerikaanse doorbraak zijn.

Manage the manager

Het blijft helaas bij die ene hit “Sausalito Summernight Dan heeft fundament Pim de band al verlaten. Tja Pim, hij verlaat ooit door manager Frits Hirschland de groep Kayak, en ook Diesel krijgt met managerproblemen te maken. Het speelt ook meteen een rol waarom Diesel nooit die doorbraak krijgt in Amerika. Het hoopvolle begin krijgt namelijk een naar staartje.

Manager Lloyd Segal verdwijnt met voorschot en roaylities, terwijl het beoogde doorbraakalbum ‘Unleaded’ nog moet worden opgenomen. Na financiële teneur en vele bandwisselingen én er op het album geen tweede grote hit staat,  klapt zowel de droom als de band uit elkaar. 

Voortdurende comeback

Om op die vrijdagmiddag in ’88 terug te keren op mijn radio.  Met dat geweldige nummer. De carrière en de bandbezetting van Diesel verloopt daarna ook net zo grillig als daarvoor, vooral als er daarna ook geen nieuwe hit in zit.  Comebacks en line-ups volgen elkaar op, terwijl ondertussen twee leden van de originele line-up, Pim Koopman en Frank Papendrecht vlak(een week) achter elkaar overlijden op dezelfde 56-jarige leeftijd. Toch is met hun  overlijden het geen einde verhaal voor Diesel.

Nee integendeel. Terwijl  het  ‘Going back to China’ een serieuze optie voor mij persoonlijk is voor dit jaar, heeft de band recent al een eigen comeback  gemaakt. Sinds vorig jaar is Diesel (al)weer terug met de twee andere originele leden Mark Boon en Rob Vunderink als fundament. Zo bewijzen de twee dat de band net zo onsterfelijk en tijdloos is als Samantha’. Ze wordt dus nooit te oud. Net als de platen van Diesel. Zeg dus nooit nooit, dus ook niet tegen een reis naar China.

Hans de Booij: Wellicht met ‘Pim’ het Balkenende-effect

Lang niet meer van gehoord, Hans de Booij. De man scoort in de 80’s met ‘Thuis ben’ en  vooral ‘Annabel’ een paar grote hits en verdwijnt daarna weer op de achtergrond. Het is wederom  het verhaal van een artiest die voor altijd veroordeeld is tot die ene hit. Relax,  komt goed. Laten we eerst even een rewind naar de 80’s doen.

Ziek van Annabel

Andere tijd, het  gaat dan best hard, naast die ene hit scoort Hans nog een paar hits met zijn debuut.  Maar het publiek wil daarna vooral  ‘Annabel’ en dan kan het twee kanten op. Veel artiesten kiezen voor het schnabbelcircuit en gaan de hit tot de laatste druppel uitmelken.  Dan optie twee, die van Hans: die zingt het nummer jarenlang niet meer.

Het nummer ‘Annabel’ geschreven door Herman Pieter de Boer met de muziek van Boudewijn de Groot, wordt hem in de 80’s aangeboden en is een grote factor in het succes van zijn debuutalbum. Maar het nummer wordt niet alleen zijn doorbraak, het breekt hem ook gigantisch op.  Hij krijgt zo’n aversie tegen het nummer, dat hem dit zelfs lichamelijke klachten oplevert.

Na Annabel, is er Pim

Langzaam komt Hans daarna in een vicieuze cirkel terecht en raakt aan lager wal. Er volgt een opmerkelijke aaneenschakeling van levensgebeurtenissen, maar hedendaags heeft hij zijn leven weer aardig op orde. Hij is boeddhist en is naar eigen zeggen genezen van de ‘Annabel-ziekte’. Hij geeft in december vorig jaar een interview in de Nieuwe Revu,  een opmaat naar zijn nieuwe single.

Want precies vijftien jaar na een van de meest onstuimige periodes in de Nederlandse parlementaire geschiedenis, komt Hans met het nummer ‘Pim’. Hij schreef het nummer nadat een vriend van hem een nieuwe buurman kreeg. Ja, inderdaad, de dierenvriend  die de democratie overhoop schoot en het verdere verloop van de (parlementaire) geschiedenis enorm heeft beïnvloedt.

Zoeken naar een alternatief

Het verhaal is helaas bekend, frisse nieuwkomer is de cola voor een vastgeroeste elite dat  in 2002 wordt overvleugeld. De kiezer, losgeweekt, zweeft alle kanten op, met name naar Leefbaar Nederland. Deze aanhang zweeft ook achter de extroverte lijsttrekker aan als deze een nieuwe partij opricht, na een  verkeerd gevallen interview in de Volkskrant en de ‘Nacht van Pim’. De populariteit  en de onstuitbare opkomst van Pim kent echter een dramatische afloop. En dat net op de dag dat zijn LPF in de peilingen de grootste wordt en Fortuyn potentieel premier is.

De lamgeslagen kiezers willen hoe dan ook  verandering. Maar als de mensen in het stemhokje staan, slaat de twijfel toe.  Men kiest naast het sterk gehavende LPF, ook massaal het CDA en daarmee de ietwat saaie Balkenende als het redelijke alternatief. Echter zonder de grote leider, rollebollen de snel bij elkaar gezochte LPF-kamerleden al snel met elkaar over de grond om de macht en ontploft Balkenende I al snel.

Balkenende-effect

Geschiedenis herhaalt zich vaak. In 2012 stond al in diverse media een klein, al vergeten berichtje over  CDA-leider Sybrand Buma, die wel eens net als zijn voorganger Balkenende heel verrassend uit de hoek zou kunnen komen bij de volgende verkiezingen. Zelf vind ik dat ruim een week voor de verkiezingen en het huidige politieke klimaat een niet geheel ondenkbare voorspelling,  en dat is het in ieder geval al een iemand met me eens. Ja, Buma.

Van Hans weet ik het niet. In ieder geval verschijnt  Hans met al het aankomende verkiezingsgeweld  begin dit jaar plotseling weer op de Nederlandse tv.  Het nummer is natuurlijk goed getimed en na plaatsing op diverse media begint de ‘buzz’ te groeien. Over het nummer zegt hij in hetzelfde Nieuwe Revu-interview: ‘Je kunt je afvragen of het goed is om tien weken voor de Tweede Kamerverkiezingen met een liedje over Pim Fortuyn te komen. Maar het zou ook weleens grandioos kunnen worden.’

Waarom niet? Een onverwacht succes, zoiets als het Balkenende-effect, dat gunnen we Hans van harte.

‘U must become a Prince before U’re king anyway’

Laatst op een platenmarkt, liep ik letterlijk tegen de muziek van Prince aan. Ik stoot per ongeluk tegen een platenbak aan en de rij Prince cd’s  klapt voor een deel naar voren en een deel naar achteren. Zo sluit door mijn actie de cd ‘Love symbol’ uit 1991 het achteruit geklapte deel af en is als enige volledig zichtbaar. Oh, dat is die cd met…

Arrogantie op muziek

Inderdaad, het beruchte (en in Engeland van de radio geweerde) ‘Sexy MF’, maar ik bedoel eigenlijk ‘My name is Prince’.  Dat blijft een van mijn favorieten van de kleine, grote man omdat het allereerst een lekker nummer is, maar ook omdat de tekst overloopt van wel erg veel zelfvertrouwen (anderen zullen arrogantie zeggen) en daarnaast een geweldige rap heeft. Toch lijkt het nummer vooral een statement te zijn.  Naar de buitenwereld, naar zijn critici maar ook naar collega’s.

Prince vs. Michael Jackson

Want een van de bekendste voorbeelden van muzikale rivaliteit is die tussen Prince en Michael Jackson. Zo staat er vorig jaar een artikel in Slate Magazine waarin Steven Hyden ingaat op zijn boek:’Your Favorite Band Is Killing Me: What Pop Music Rivalries Reveal About the Meaning of Life. In het artikel worden vier situaties beschreven waarin Michael en Prince elkaar aftroeven.

Bad

Bekend is het ‘Bad’ verhaal. Onbevestigd zou Prince hierover hebben gezegd dat Michael het album alleen maar zo hebben genoemd omdat er niet genoeg ruimte voor ‘pathetic’ (zielig, meelijwekkend) zou zijn geweest. Steven zelf schrijft over de plannen in de 80’s om ‘Bad’ een duet te laten worden tussen de twee. Prince haakt af op de zin “Your butt is mine” die hem  naar zijn mening degenereert, wie van de twee deze zin ook zingt.

Tekstuele steken onder water

De rivaliteit is er op het podium, soms in de media maar vooral in zijn teksten geeft Prince steken onder water. Zo ook in ‘My name is Prince’. Keyboardspeler Tony Barbarella van The New Power Generation stelt achteraf dat het echt een nummer van, voor en door Prince is geweest. De band was niet bepaald fan van het nummer tijdens de opnames.

Tijdens de rap van Tony M., komt de zin ”U must become a Prince before U’re king anyway’ voorbij, wat wordt gezien als een directe aanval op Michael. Rapper Tony M. , ooit begonnen als danser in de film ‘Purple Rain’,  heeft het altijd ontkend. Aan de andere kant heeft hij er  ook nooit een uitleg over gegeven, hij laat het open voor interpretatie.

Onbeslist

Zo blijft het ook bij interpretatie wie deze muzikale strijd heeft gewonnen. Er zijn nog steeds talloze discussies over wie er beter op het podium is geweest, wie de beste muziek heeft gemaakt. Aan het eind van het verhaal ligt de basis van hun onderlinge competitie aan het feit dat de verschillen juist heel klein zijn en de heren (ook nu nog) veel  overeenkomsten hebben. Meer dan ze wellicht zelf ooit hebben beseft.

De trilogy van Rod

Een paar weken geleden heb ik het nog over popvideo’s uit de 80’s waarin modellen te zien zijn die daarna uit het zicht zijn verdwenen. Zo ook bij  Rod Stewart. Hij maakt na wat minder goed ontvangen albums, in 1988 een enorme comeback met het album ‘Out of order’.

Mysterieuze danser

Een van mijn all-time favorieten van Rod en zeker van dit album, blijft ‘Crazy about her’, een echte ‘Chevy song’.  In de zwart-wit video zien we Rod in een verlaten café zingen over mysterieuze stripper. Dat weten we omdat dit de derde video op rij is waar zij in opduikt. Zo worden deze video en de eerdere ‘Out of order’ video’s “My Heart Can’t Tell Me No” en  als eerste “Lost In You” aan elkaar gekoppeld door de ‘mystery woman’.

Forever Young

De trilogie wordt even onderbroken door ‘Forever Young’, het nummer dat naar Rod’s gevoel  in die tijd tegen plagiaat aanhurkt, maar door Rod en Bob Dylan, met een gentlemen agreement wordt afgehandeld. Dat gevoel van plagiaat is er bij Rod niet zozeer vanwege de tekst of melodie maar wel door dezelfde insteek en dezelfde titel van dit  oude nummer van Bob.  Rod’s werkelijke inspiratie voor het nummer komt uit een lang gesprek dat Rod had met zijn toen zes-jarige zoontje.

Lost in you

Zoals  gezegd, het is een onderbreking van dit verhaal. Van het  album  verschijnt allereerst ‘Lost in you’ . De video wordt geregisseerd door Jonathan Kaplan met de medewerking van Daniel Pearl. Die laatste komt je wllicht als lezer van dit blog bekend voor.  Hij is bekend van de nooit gemaakte video voor ‘Dancing in the dark’ en in plaats daarvan ‘Dancing in Berlin’. De video voor Rod speelt zich af in de beruchte Oddball Cabaret te Los Angeles.

My Heart Can’t Tell Me No

vastleggen-in-volledig-scherm-6-2-2017-221414Dat wordt opgevolgd door het nummer “My Heart Can’t Tell Me No”. Dat is eigenlijk in eerste instantie bedoeld voor de bekende countryzangeres   Barbara Mandrell, maar Rod neemt het op  en zo wordt dit het tweede nummer voor zijn videotrilogie. Meer dan 20 jaar na Rod’s succes  krijgt het trouwens toch een countryversie, als  het wordt gecoverd door Sara Evans. In deze speelt actrice Vanessa Mandrell de hoofdrol.  Goed opgelet, inderdaad familie van eerste keuze voor dit nummer,  Barbara. Deze video kent drie alternatieve eindes, die van Rod’s versie maar een. Net als er maar een actrice wordt gevast voor de hoofdrol.In de video voor “My Heart Can’t Tell Me No,  geregisseerd door Russell Mulcahy,  verschijnt onze mystery woman gewoon nog een keer en wordt het allemaal afgesloten met  ‘Crasy about her’.

Open einde

Daarin is nog een laatste glimp te zien van die mysterieuze actrice en laat het verhaal het einde voor interpretatie. En blijft daar het open einde van ‘wie is ze nou?’. In tegenstelling voor mijn andere blogs, was de zoektocht eens kort. Een paar jaar geleden deed iemand al prachtige research en komt uit bij Denise Greer.  Zij is Rod’s trilogy.  Mooi, dat is opgelost. Voor nog eens een verschil tussen kleur en zwart-wit in video’s, kun je hieronder naar de kleurenversie van ‘Crasy about her’. Oordeel zelf met het origineel.

vastleggen-in-volledig-scherm-6-2-2017-222206